28 mrt Schepperwezens
Vrijwel niemand groeit op met het besef dat wij als mens onze eigen werkelijkheid creëren. De meesten van ons leren juist het tegenovergestelde. We leren dat het leven ons overkomt, dat omstandigheden bepalen hoe het met ons gaat, dat andere mensen macht hebben over onze binnenwereld. En zo ontstaat al vroeg de ervaring dat we speelbal zijn van het bestaan. Dat ons iets wordt aangedaan. Dat wij slachtoffer zijn van wat zich aandient.
Dat is tragisch, maar het is niet per se een vergissing. Het hoort bij de menselijke ervaring op aarde. Vergeten wie we in wezen zijn, afgesneden raken van het grotere geheel, onszelf beleven als afzonderlijk en tegenover de wereld geplaatst: dat is onderdeel van separatie en dualiteit. Het is niet een foutje in de schepping, maar een wezenlijk onderdeel van wat het betekent om mens te zijn. Juist in die schijnbare afgescheidenheid ontvouwt zich een pad van herinneren.
Want tegelijkertijd leeft er in ons ook iets anders. Een deel dat niet vergeten is. Een deel dat in heelheid verkeert en zich bewust is van onze scheppende kracht, van het veld waarin we leven, van de subtiele wisselwerking tussen binnen en buiten. Vanuit dat perspectief is wie jij nu bent niet los te zien van het landschap waarin je leeft. Je innerlijke wereld en je uiterlijke werkelijkheid spiegelen elkaar voortdurend. Wat zich in jou afspeelt, krijgt vorm in wat jou ontmoet. Dat is geen straf, dat is creatie.
Essentieel in deze manier van kijken is het besef dat maar een heel klein deel van die scheppingskracht bewust is. Misschien vijf tot tien procent. Dat is het deel waarmee we ons identificeren, waar we woorden aan kunnen geven, waar we keuzes in menen te maken en verantwoordelijkheid voor kunnen nemen. Maar het overgrote deel van onze scheppende kracht opereert vanuit het onbewuste. En precies daar bevindt zich een enorme energiecentrale van conditioneringen, patronen, gewoontes, overtuigingen, trauma’s en verslavingen. Daar leven de dynamieken die onze werkelijkheid mee vormgeven, zonder dat we ons daar meestal bewust van zijn.
Omdat het leven een natuurlijke neiging heeft om naar balans te bewegen, blijft dat onbewuste niet eeuwig stil. Wat in de schaduw ligt, wil zich laten zien. Niet om ons te saboteren, maar om ontmoet, ervaren en erkend te worden. Wie zich met persoonlijke ontwikkeling bezighoudt, komt dit vaak bewust tegen: op de yogamat, in een ademsessie, in therapie, in stilte, in ceremonie. Maar ook wie daar niet actief mee bezig is, ontkomt er uiteindelijk niet aan. Dan verschijnt de schaduw via het leven zelf. In relaties. In conflicten. In herhalende patronen. In verlies, afwijzing, onrust of juist verlamming. Het leven klopt dan op de deur met precies die ervaring die om bewuste aandacht en compassievolle aanwezigheid vraagt.
En daar, op dat kruispunt, ligt een enorme verschuiving besloten. Eerst geven we iets of iemand buiten ons de schuld van wat er gebeurt. En zodra we iets bewuster worden, schieten we soms door naar de andere kant: dan maken we onszelf de schuldige. Maar dit gaat niet over schuld. Dit gaat over bewustzijn. Over de diepere realisatie dat wat zich aandient wel degelijk jouw creatie is, ook al is die hoogstwaarschijnlijk voortgekomen uit een onbewust deel in jou. Dat is confronterend, soms zelfs schokkend. En toch is het ook diep bekrachtigend. Want precies hier verschuif je van een onbewuste schepper van je werkelijkheid naar een bewuste.
Dan verandert de vraag. Niet langer: waarom overkomt mij dit? Niet langer: wie doet mij dit aan? Maar: wat is het in mij, waar ik mij mogelijk nog niet bewust van ben, dat dit creëert? Dat is een radicaal andere ingang. Niet kleiner, niet zwaarder, niet schuldiger — maar eerlijker. Het is de vraag die de deur opent naar volwassen ‘schepperschap’. Naar het vermogen om niet alleen te reageren op het leven, maar jezelf te leren herkennen in wat het leven jou laat zien over wie je nu bent.
Als we als mens, en als mensheid, werkelijk verder willen komen, dan kunnen we niet om dit pad heen. We zullen de schaduw bewust moeten maken. Herkennen en erkennen. En haar leren ontmoeten vanuit het scheppende in ons, dat groot genoeg is om naar alle facetten van het leven te kijken en te zeggen: ook dit ben ik. Niet als identiteit, maar als verantwoordelijkheid. Niet als veroordeling, maar als bereidheid om niets meer buiten ons bewustzijn te plaatsen.
Kijken we zo naar onze nabije wereld en naar de wereld als geheel, dan moeten we erkennen dat we vanuit de schaduw een monster hebben gecreëerd. Een werkelijkheid van pijn, polarisatie, ontmenselijking en vervreemding. Dat is pijnlijk om te zien, maar niet vreemd. Monsters leven nu eenmaal in het donker. Wat onbewust blijft, krijgt groteske vormen. Wat geen liefdevolle bedding vindt vervormt. Wat niet doorvoeld mag worden, gaat zich uitleven.
En toch zit precies daar ook de opening. Want de bron waaruit dit gedrocht is ontstaan, is niet een andere bron dan de bron waaruit bewustzijn, liefde en compassie voortkomen. Dezelfde scheppende kracht die schaduw voortbrengt, brengt ook het licht voort dat haar kan zien. Dezelfde diepte waaruit verwarring ontstaat, draagt ook het vermogen in zich om te herinneren. Dat is misschien de meest nederige en hoopvolle waarheid van allemaal: dat niets buiten de heelheid valt. Ook dat wat wij monsterlijk noemen niet.
Wij zijn schepperwezens. Niet alleen in onze schoonheid, maar ook in onze verwarring. Niet alleen in onze helderheid, maar ook in onze blindheid. En volwassen worden als mens betekent misschien wel dat we beide durven dragen. Dat we stoppen met wijzen, naar de wereld, naar de ander, naar onszelf, en beginnen met zien. Werkelijk zien. Zodat wat onbewust creëert, bewust kan worden. En wat verdeeld leek, stap voor stap hersteld kan worden in de eenheid..
Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.